Agenda
22-11 Rapid Sinterklaasfeest (Benjam
14-12 Kerstdiner C jeugd
15-12 Kerstdiner AB jeugd
22-12 Lustrumijshockey
23-12 Santa Run
07-01 Nieuwjaarsreceptie
18-02 Autorally en receptie (Lustrum
  hele agenda

___________________




___________________

___________________ 
Download onze RapidApp!


___________________

club_hockeymoeder 
'De Hockeymoeder' - geschreven door Cindy Ebben

18 mei 2016


Ja, ja, ja, ik weet het, ik  heb me vreselijk laten gaan. Ik schaam me diep. Zowel een heel jongensteam, de tegenpartij, coaches, enorm leuke mede toeschouwers en wie weet wie nog meer hebben mij absurd, idioot ernstig uit mijn volwassen mensen rol zien schieten. Dit zou een grandioos moment zijn voor een ‘ik word een kluizenaar-emoji’ maar helaas, die bestaat volgens mij nog niet.


Ik kan niet omgaan met de stress van het potentieel kampioen worden. Het liefst ben ik straks weer een moeder van een kind wat lekker in de middenmoot speelt. Wat een rust gaf dat, ook dan fanatiek meeleven maar daar heb je duidelijk verschillende vormen in. Eerlijk gezegd weet ik de juiste terminologie niet om mijn gedrag van de laatste hockeywedstrijd te omschrijven. Bedenk iets vreselijks en je komt dicht in de buurt.

Toch wil ik een beetje helpen bij het schetsen van een beeld, ook om te voorkomen dat wanneer ik ieders fantasie daarin de vrije loop mag geven het helemaal uit de hand loopt. Al is dat bijna niet mogelijk.


We (ouders en team) moeten alles winnen. Nummer twee volgt ons op de hielen en die warme adem voel je de hele wedstrijd in je nek, niet gek dus dat je enigszins opgejaagd langs de lijn staat. Vanwege het slechte weer hadden we de dug-out gevuld met ouders en daardoor voelde ik mij als de achterhoede van de coach. Die rol vertolk ik graag en ik ben ervan overtuigd dat zolang ik mij gedraag dit door iedereen ontzettend wordt gewaardeerd (hier zou weer een emoji prima op zijn plek zijn, je mag er zelf eentje kiezen).  We stonden  1-1 gelijk en we scoorden. Wat een blijdschap, geruststelling, enzovoorts. Maar het doelpunt werd afgekeurd en natuurlijk geheel onterecht. Ik beweerde stellig dat dit absoluut niet klopte.  


De coach van de tegenpartij wist op een zeer subtiele wijze te vertellen dat het een terecht afgewezen doelpunt was. Ons altijd aanwezig juridisch team heeft direct de boeken erop nageslagen en wij moesten erkennen dat we inderdaad de plank missloegen. Toch hadden we moeite met toegeven en waren we erg gelukkig dat we nog  een joker hadden, de coach van de tegenpartij mocht niet staan waar hij stond te coachen. Die hebben we direct ingezet en nu kregen we een ‘lesje’, ‘hoe men in het Westen van het land zijn medemens benadert ten opzichte van het achterland’. In deze ‘les’ zat naar mijn inziens een ‘insinuatie’ verwerkt waar ik mij ernstig aan stoorde en met mijn gedrag wat daarop volgde heb ik, voor zover ik dat nog niet had gedaan, de insinuatie waargemaakt.


Jongensteams, scheidsrechters, coaches, toeschouwers, inwoners van Oegstgeest en Leiden, Zuid Holland……., het spijt me….!!!


10 februari 2016Het is zover, ik hoor bij de ouders waarvan een kind kampioen is geworden. Dat is niet niks, ik zie het als een soort upgrade van mijn ‘hockeymoederschap’. Wat was het spannend en wat gedragen wij ouders ons naar die spanning. De meest rustige vader heb ik horen zeggen, ‘nee, dit is niet leuk meer’. Onverdraagbare stress, wat doen we onszelf aan. Fanatiek als dat we zijn racen we een aantal maal per week een partij kinderen naar hockeyzaal of –veld voor een training. Op de vrijdag- of zaterdagavond gaan wij geen confrontatie met onze kinderen uit de weg om ze op tijd op bed te hebben liggen om de optimale speelcondities te kunnen garanderen. Vervolgens zorgen wij dat de kids in gestreken tenue en gekamde haren op het veld of in de zaal verschijnen, om  goed gesoigneerd onze club te vertegenwoordigen. Wij lijnen ons op langs de kant om de wedstrijd van onze grote schatten van het meest uiteenlopende maar altijd opbeurende commentaar te voorzien. Dit zal voor eenieder herkenbaar zijn natuurlijk en dat ervaar ik nu als een ‘makkie’, al dacht ik vorige week zo nu en dan bij bovenstaande, ‘dit is niet leuk meer’ .Nu weet ik wel beter, het kan nog veel erger een kampioenswedstrijd. Want, om nog even terugkomen op de wedstrijd van mijn zoon afgelopen zondag, ik praat nergens meer over sindsdien, die wedstrijd vroeg om stalen zenuwen.  De kinderen bleken daarmee zonder twijfel goed te zijn uitgerust. Maar deze wedstrijd was echt niet geschikt om zomaar door iedere willekeurige ouder te bekijken. Deze wedstrijd vroeg om een bijzondere categorie ouder, de ‘bikkel’. Maar zelfs voor de grootste bikkel was het bijna niet te doen en ik kan het weten want ik zat er naast een. Van die bikkel kan ik nu tot op de kleinste rimpel nauwkeurig een profielschets maken want ik heb constant naar hem gekeken, naar de wedstrijd kijken lukte me echt niet.Mijn zoon en ik zijn kampioen, hij is ‘hockeykampioen’ en ik was al  ‘faciliteerkampioen’ en dat laatste is prima en vooral fijn om te doen.

25 oktober 2015 


De trouwe lezer van de hockeycolumn zal mogelijk denken, ‘begint ze nu weer over de regen!’. Ik begrijp dat het vreselijk irritant is, zeker wanneer je daar een totaal andere gevoelswaarde bij hebt. Maar misschien, door de irritatie die je voelt bij het lezen van deze column, dat je in de buurt komt van wat ik voel bij slecht weer. Er bestaat per slot van rekening, niet voor niets het begrip ‘goed’ of ‘slecht’ weer, nu lijkt het of dat ik mijn gelijk wil halen en dat is natuurlijk niet zo.

Mogelijk ben jij het type mens wat met gele regenlaarzen in de plassen stampt en van iedere weersomstandigheid een feestje maakt. Dat laatste doe ik ook, maar dan binnen, kaarsjes en de openhaard aan, appeltaart bakken met veel kaneel puur voor de geweldige geur en dan wachten op de zon die zich toch af en toe meldt, ook in de herfst en in de winter.


Het lukt helaas slecht om helemaal om ‘buiten’ heen te gaan ten tijde van slecht weer. Ik heb het al eens geprobeerd om ‘buiten’ totaal te negeren voor een maand of zeven maar ik heb ‘buiten’ er echt niet mee. Laatst, tijdens het uitlaten van mijn honden (arme beesten zal je denken, en dat bevestig ik hierbij), kwam ik iemand tegen met dezelfde gevoelswaarde bij ‘slecht’ weer als ik. Het miezerde en ze smeekte om een ‘hondenbak’ voor haar labrador zodat ook zij lekker verder kon cocoonen (zoals een vriendin van mij altijd zegt!).


En ja hoor, ik wist dat het zou komen, ‘het schuldgevoel’. ‘Buiten’ verdient het natuurlijk niet om zo negatief over te zijn. Die prachtige herfstkleuren en het gedempte licht.

Met je voeten door de bladerenmassa schuiven. Vooral jonge kinderen kunnen je al het moois wat ieder weertype brengt laten inzien.

Die periode lijkt bij ons voorbij te zijn. Tot een paar jaar geleden negeerden de kinderen iedere druppel of vrieskou die de weergoden voor ons in petto hadden. Stik jaloers was ik dan op zoveel karakter, dat buitenspelen boven het verkrijgen van natte voeten ging. Je zult het niet geloven maar ik juichte het toe. Ik was zelfs trots op mijzelf dat het was gelukt om  wat ‘minder-leuke-DNA’ bij mijzelf te houden en dat heeft best veel moeite gekost.

 

Maar wat schetst mijn verbazing, het lijkt een ‘leeftijd-ding’ te zijn. Nu ze verder weg wonen van school en zelf naar de hockey mogen fietsen, hoor ik ’s ochtends, ‘ah nee, regent het nu alweer!’. Of, ‘mam, heb je nu al nieuwe hockeyhandschoenen gekocht, weet je wel hoe koud het is’. ‘Mam, wanneer gaan we  weer binnen hockeyen?’ En bij binnen hockeyen denk ik dan, ‘ha, dat is natuurlijk niet voor niets’………..


03 juni  2015

Het derde veld

Gisteren stond ik bij de kassa van de Plus (ja, deze column wordt gesponsord). Na een herscan van de artikelen in mijn boodschappentassen, begon de betaalprocedure. Maar tot mijn grote verbazing verscheen er  ‘onvoldoende saldo’ op de display. Met het schaamrood op mijn gloeiende wangen sprokkelde ik het door de caissière gewenste bedrag cash bij elkaar. Thuis gekomen samen met mijn digipas en een kop thee op de bank voor een spoedoverleg. Ja, daar stond het, een prachtig getal maar met een dikke min ervoor.

Nadat ik al mijn spontane aankopen van die maand had nagetrokken, wist ik het. Het geld zit in het derde veld. Pfff, wat een geruststelling was dat, want dat is tenslotte een prachtig doel om voor rood te staan, toch? En wat heb ik een plezier gehad van al dat uitgegeven geld. Mijn auto gewassen, cup cakejes gegeten, smoothies gedronken en broodjes knapworst genuttigd, enzovoorts.

Ook ben ik in het rijke bezit van een flink stuk veld én hebben wij thuis een flinke donatie gedaan, dit alles aan de stichting Molenvliet.

Wat een inzet van alle teams van Rapid, prachtige initiatieven, het geeft zo’n lekker clubgevoel.

Op een initiatief na, heb ik van allemaal genoten. Twee weken geleden viel er een brief op de deurmat van de nieuwsbriefredactie.  Uit de envelop kwam een briefje met allerlei woorden uit kranten en tijdschriften bij elkaar geplakt. De boodschap was als volgt:  ‘1.2 miljoen euro en jullie krijgen Bronnie terug’,  ‘afzender  team red het derde veld’.

Eerst hebben we vreselijk gelachen van pure nervositeit en ongeloof.  Daarna kwam het huilen en gillen, wat een verschrikking.  Bronnie is zo’n lieve reporter-beer en dan overkomt hem dit. We hopen zo erg dat er goed voor hem wordt gezorgd.

Via deze column wil ik de ontvoerders van Bronnie een boodschap van ons geven.

Ik begrijp dat de creativiteit voor het bedenken van een subliem geldinzamelingsactie op is. Alles is al bedacht en uitgevoerd, maar om  Bronnie te ontvoeren, dat  getuigt van pure smakeloosheid.

Maar totdat team ‘Red het derde veld’ een nieuwe actie heeft bedacht, vragen wij alle leden om zo snel mogelijk te helpen 1,2 miljoen euro bij elkaar te krijgen zodat Bronnie weer vrijkomt. Zo kan hij het volgend hockeyseizoen weer in zijn prachtige Rapid tenue het veld op om verslag te doen van al het hockeyplezier van onze jongste leden.  


 

03 april 2015


Nachtmerrie..........


Afgelopen zaterdag was een dag om nooit meer te vergeten.

We mochten met het team van mijn zoon naar een club in Rotterdam. Met Lood in mijn schoenen stond ik braaf op de afgesproken tijd op ons verzamelpunt bij Rapid

Auto's gevuld en daar gaan we dan. So far so good.....


Bij aankomst gingen de jongens zich direct warm lopen en toen ging het toch echt gebeuren.


De spelleider van de tegenpartij floot op zijn fluitje en de jongens stelden zich op in pitbull-formatie.


Wegrennen was nu geen optie meer, stokstijf blijven staan ook niet. Een beetje voor de show mee rennen dan maar.


In mijn grootste nachtmerrie was ik afgelopen zaterdag spelleider.


De situatie is natuurlijk volledig uit de hand gelopen, ik had ook niet anders verwacht.


De wedstrijd hebben we niet eens meer voltooid. Ik ben alleen in mijn auto terug naar huis gereden. De jongens die de heenreis bij mij in de auto zaten, zijn opgestapeld in een andere auto, terug naar Rapid gebracht.


In de auto naar huis heb ik alles nog eens de revue laten passeren. Zo slecht ging het toch niet...?


Bij 'shoot' een willekeurige partij aanwijzen, 'wie kan het nu wel goed gezien hebben' dacht ik. Bij het scoren, keurig met twee gestrekte armen en gezicht naar het goal, 'knap gedaan' zeggen tegen degene die het punt hadden gemaakt. 


De jongens zag ik wel vragend kijken maar ik kwam toch prima met alles weg. Niemand had toen nog mijn onkunde door, dat weet ik zeker.


Maar na nog een aantal kritieke situaties niet te hebben gefloten begon het publiek iets meer van zich te laten horen. Een kwestie van negeren, dat leek mij een 'volwassen' reactie.


Mijn dolk slag kwam toen ik een strafcorner aan Rapid gaf en de jongens zich zo liet opstellen dat er alleen een eigen goal gemaakt kon worden.


Toen moest ik van het veld....


Sindsdien staat mijn leven op zijn kop. Mijn zoon heeft het weekend niet meer tegen mij gesproken. Ik heb een hockey-aanwezigheids-verbod opgelegd gekregen. De grootste vraag is nog, ben ik wel een goede hockeymoeder.....


Laat me alsjeblieft nooit een spelleider zijn..............



19 februari 2015


Gelukkig het is zover. .. Ik heb er lang op moeten wachten maar het gebeurt weer, ik ontwaak.


Ik ben er heilig van overtuigd dat wij tegen onze natuur in handelen. Wij acteren vanaf halverwege november tot midden februari of er niets aan de hand is. Dat acteren is extreem moeilijk en dus heel knap (mijn complimenten) want wij behoren eigenlijk deze periode in totale afzondering onder ons dons dekbed door te brengen voor onze winterslaap. Daar zijn wij op geprogrammeerd, ik weet het zeker. Trouwens, ik ben het levende bewijs en aangezien ik de massa representeer……

Alles wat in deze periode om aandacht vraagt of om mijn fysieke aanwezigheid, dat is me teveel. En ja, ook de hockey. Zeker de hockey. Doordeweeks gaat het nog net, de wekker gaat, je grote teen gaat zoeken naar de slof naast het bed, je worstelt onder je deken vandaan, snel de verwarming op hoog en een kop thee. 

Dan ben je de week weer doorgekomen maar dan komt het weekend…..  Twee kinderen op de hockey, eentje speelt op zaterdag en de ander op zondag. Op zich, buiten dat ik liever mijn warme hol niet verlaat, nog niet veel aan de hand. Maar dan heeft er zo’n vroege vogel bedacht hoe fijn het is om vroeg, heel vroeg te gaan spelen en ook nog heel ver weg. Dan wordt er buitengewoon veel gevraagd van je grote teen, bij mij vertikt hij het op dat moment en dus op gehalveerde wilskracht en op blote voeten naar de badkamer.

Het leuke spel en de gezelligheid van het team zorgt toch ergens voor voldoende motivatie om ieder weekend in het zaalseizoen dit ‘opstartproces’ in het weekend te doorstaan.

 

Toch wordt de start van het buitenseizoen hier thuis enorm toegejuicht. Hoera, de lente staat voor de deur…….., ook al duurt het nog een maand.


12 December 2014

Lieve Sint, 


Heel erg bedankt voor al het moois dat wij hebben gekregen dit jaar. Boeken, parfum, sloffen en bladmuziek voor de gitaar. 

Ook dit jaar weer veel gezelligheid en verrassende gedichten op uw verjaardag. Heerlijk dat deze dag door iedereen zo uitbundig gevierd worden mag.

Voor uw vrijgevigheid  zijn wij u dan ook enorm dankbaar. Echter moet ik u wel een teleurstelling melden dit jaar.

Ik heb geprobeerd de service desk in Spanje te bellen en zelfs te mailen. Helaas nog geen reactie ontvangen, dus moet ik op uw ‘poëzie gevoeligheid’ inspelen.

De zaterdag na sinterklaas waren wij weer bij Rapid en keken naar onze velden,en warempel het waren nog altijd maar twee velden die wij telden.

Tot onze verbazing geen derde veld verpakt in sinterklaaspapier met strik. Maar nog altijd een parkeerplaats gevuld met autoblik. 

 

We weten dat de verlanglijstjes te laat zijn gestuurd, dat was een beetje dom. Zo’n veld is natuurlijk ook niet iets wat je even bestelt bij bol.com.

Of zijn we toch echt te stout geweest, is het hockey of ligt het aan onze clubkleuren? Alleen  het eerste geval beloven wij dat het niet meer zal gebeuren.

Ik kan me voorstellen dat u denkt: "Hoe durven jullie zoiets te vragen?”. Jullie hebben het al hartstikke goed en mogen absoluut niet klagen.

Misschien volgend jaar nog een keertje op het verlanglijstje plaatsen dan? Kijken of de hockeypiet het dan wel op tijd regelen kan?

Of is het allemaal toch te veel van sinterklaas gevraagd? Dan gaan we zelf wel regelen dat het Nederlands hockeyteam door onze heren 1 wordt uitgedaagd. 

Van de kaartverkoop van deze wedstrijd zullen we mogelijk de goals kunnen betalen. De rest zullen we ergens anders vandaan moeten halen. 

Mogelijk dat een van onze sterspelers tijdens de wedstrijd door een rijke olie-sjeik wordt gescout. Met dat bedrag zal een groot gedeelte van het derde veld kunnen worden gebouwd.

Sinterklaas, kom volgend jaar maar eens kijken hoe het er dan voor staat. Of heeft u nog een andere inbreng waarbij ieder Rapid lid is gebaat?



7 November 2014

Pssst, luister eens…, het wordt tijd om een groot geheim over de Rapid te vertellen.


Ja, nu heb ik je aandacht he! Geheimpjes zijn ook zo leuk, ze zijn tenslotte niet voor niets geheim…, een bindmiddel tussen degene die het weten. Maar genoeg over het fenomeen ‘geheim’.


Het zit zo, op de club lopen hele kleine ieniemienie kaboutertjes rond. Ze zijn moeilijk te vinden en al luister je nog zo goed, je hoort ze ook niet. Maar ze zijn er wel, nou en of, zelfs met een flink aantal. Ze zijn overal aanwezig, op de club kun je ze tegenkomen en sommige hockeykinderen hebben ze ook thuis... Ik heb er laatst nog eentje gezien met rood haar en een bril. Als je eenmaal weet waar ze zitten, dan is het best leuk om eens met ze te kletsen. Natuurlijk niet te hard, want dan zou je hun kabouteroortjes kunnen beschadigen. Helaas worden ze met uitsterven bedreigd. Waarom ‘helaas’ hoor ik je zeggen. Ik heb ze nog nooit gezien of gehoord, wat valt er aan deze kabouters te missen? "EEN HELEBOEL”, het voortbestaan van onze vereniging.


Deze kabouters zijn onze vrijwilligers die zich keihard inzetten om alles draaiende te houden binnen de club. En dat is een hoop werk, wat natuurlijk het liefst onder zoveel mogelijk ka…(het wordt irritant) vrijwilligers wordt verdeeld. Voor de meeste onder ons is het heel vanzelfsprekend dat alles op de sportvereniging geregeld is. Toch is het leuk om eens een kijkje te komen nemen achter de coulissen. Misschien tref je daar zomaar een leuke, gezellige, uitdagende of interessante taak voor jou en ben je ineens onderdeel van een ‘geheim’. Maar bovenal help je mee om voor iedereen het hockeyen mogelijk te maken.


Trouwens, dit geheim mag je doorvertellen, heel graag zelfs!

 

Mocht je interesse hebben, neem dan contact op met [email protected]


19 September 2014

Afkickuh


Afkicken van vrije tijd en vakantie begint bij mij altijd in de één na laatste week van de schoolvakantie. Dit om de ergste schuimmonden, hallucinaties, overgevoeligheid voor geluid en verlies van werkelijkheidszin, grotendeels achter de rug te hebben tegen de tijd dat werk- , sport- en hobbyactiviteiten weer om mijn aanwezigheid vragen. 


Mocht het nog niet duidelijk zijn, ik sta niet te springen om weer in de routine te worden geduwd. Ja, ‘geduwd’, want geheel vrijwillig gaat het niet. Er is volop intern verzet, alsof ik op een hoge duikplank sta. Mijn verstand zegt, ‘wat kan er gebeuren, je gaat echt niet dood door die sprong’ maar toch blijft ‘duwen’ de enige mogelijkheid om mij via de plank naar beneden te krijgen. 


Gelukkig zijn we alweer enige tijd geleden van de duikplank geduwd. Natuurlijk plat op mijn buik terecht gekomen…


Met veel passen en meten, staan alle activiteiten weer in de agenda en heb ik mijn microbedrijf weer draaiende. Stiekem blijkt regelmaat en routine door lijf en leden grandioos te worden ervaren, maar dat zal ik nooit toegeven. 


 

Ik kijk nu al uit naar de volgende afkickfase….


12 Juni 2014


Het hockeyshirt mag de kast weer in, hopelijk past hij nog rond de hard groeiende kinderlijfjes het volgend seizoen. Ik vind het een mooi shirt. Ooit stilgestaan bij de waarde van (Rapid)strepen?

Zo zijn de strepen net een streepjescode en mocht je daar met een scanner langsgaan dan staat er ‘kostbaar’. ‘Gestreepte tandpasta’ motiveert jonge kinderen (en mij) om hun tanden te poetsen. Strepen geven de hoogte in rang aan, hoe meer strepen, hoe hoger de rang. 

‘Op je strepen staan’, ook zo eentje. 

Strepen worden gebruikt op wegen om verkeerssituaties veilig en ordelijk te maken. Strepen op mijn ramen betekent dat ik niet kan ramenwassen.  

In vele landen kun je aan de hand van de strepen op de vlag zien hoeveel staten het land heeft. Helaas passen de strepen van al onze toppers niet op het Rapidshirt, maar mag iedereen zich er wel in herkennen en er reuze trots op zijn deel uit te maken van zo’n geweldige club. 

De Rapidstrepen gaan weer in de kast en voor de komende toernooien worden er verkleedpartijen bedacht. Maar ieder jaar, na zo’n toernooi waarbij je als piraat of prinses op het veld  hebt gestaan, is de conclusie; ‘niets haalt het bij onze strepen’. 

Nu nog even met streepjes de dagen aftellen dat het nieuwe hockeyseizoen weer begint. 

 

Heel veel seizoen-afsluit-plezier!




8 Mei 2014


De maandverbandvriezer


Zo nu en dan heb je flink pech als ouder langs de lijn. Dan heb je de ene ‘verijste’ maandverband nog niet op een knie gelegd of je mag alweer voor de volgende naar de vriezer rennen….. Op zo’n moment word ik geconfronteerd met een gebrek aan conditie, en mijn lichaamslengte, die net toereikend genoeg is, wanneer ik tenminste de juiste schoenen heb aangedaan. Aan mijn conditie kan ik werken maar Rapid zal in het ‘lengteverhaal’ iets moeten gaan toegeven. 

Waarschijnlijk is er een rede voor het hoog plaatsen van de maandverbandvriezer…..

Zou Rapid bang zijn dat er maandverbandijslolly’s gestolen zouden worden wanneer deze binnen handbereik zouden liggen? Er mogelijk een dame in geval van acute ‘maandverbandnood’, één uit de vriezer zou pakken…. Of een kind wat enorm naar een ‘ijsje’ verlangt zich niet kan beheersen en alles wat koud is voor lief neemt…. 

Hoe dan ook, het ‘maandverband-invries-idee’ vind ik geweldig, nu nog voor iedereen te pakken, dan is het zelfs super geregeld!

 



3 April 2014


Het meezing(hockey)feest,


Joehoe, nu mag ik als ouder ‘sporten’, op een feestje!!

Lekker dansen en meezingen!!! Wat geweldig dat de hockeyvereniging mij als ouder bedankt dat ik mijn kindertjes braaf naar de hockeytrainingen en hockeywedstrijden breng. Faciliteren loont!

Zo’n feest geeft weer voldoende motivatie om volgend jaar weer vier keer doordeweeks naar de vereniging te rijden. Om op zaterdag alle gereden kilometers van de hele week op die ene dag nog een keer over te doen naar bijvoorbeeld Lisse, ik noem maar een bestemming. Om vol goede moed iedere week weer twee trommels hockeywas weg te werken. Mijn gezandstraalde houten vloer in de olie te zetten. Niets is meer te gek want de beloning is een feest!

Bekers met bitjes op het keukenblad, of alleen een bitje beetje op het keukenblad, je nek breken over een rondslingerende hockeystick, een auto vol gillende jongens of meiden. Weer McDonald’s eten voor een gewonnen wedstrijd. Denk aan het feest. 

Lieve Rapid, het feest is helemaal niet nodig… Al het bovenstaande is geen enkel punt, feest of geen feest, ik doe het graag. 

Maar toch (heel erg) bedankt!!!!! 


 

Bij het schrijven van deze column lag de ‘Meezingavond’ nog in het verschiet. Hoop dat je erbij was en anders tot volgend jaar!



13 Maart 2014


Mijn man is sinds september coach van het team van mijn  jongste zoon. Dat hield in, dat zijn hoogste aanwezigheidsprioriteit lag bij het E-team en dat hield automatisch het tegenovergestelde in voor de aanwezigheid van mijn man bij onze twee andere kinderen. Dus dat werd weer automatisch, mijn aanwezigheidsprioriteit, snap je hem nog? Ik race nu op zaterdag van de voetbal naar de hockey, of andersom. De jongste heb ik nog niet zien spelen, maar ik weet zeker dat hij de sterren van de hemel speelt. Dat  doen je eigen kinderen tenslotte altijd. Maar waar wil ik heen met bovenstaand betoog…?


Er is sinds september, sinds het coachschap, een nieuwe vrouw in het leven van mijn man gekomen. Een vrouw waar duidelijk de aandachtsprioriteit ligt. Ook dat houdt automatisch het tegenovergestelde in voor mij… 

Ze heet Lisa. Nu moet ik mijn man nageven dat hij niet te beroerd is om zijn Lisa met anderen te delen. Sterker nog hij wil zo ontzettend graag dat iedereen een goede relatie opbouwt met haar. 

Dus ook ik heb Lisa het voordeel van de twijfel gegeven, het lag natuurlijk een beetje gevoelig. Maar langzaamaan heeft de jaloezie op al haar topkwaliteiten, plaatsgemaakt voor pure waardering. Lisa lijkt in eerste instantie misschien niet heel erg toegankelijk.  En het is ook best even wennen zo’n jonge frisse meid, die alles goed op een rijtje heeft, lekker georganiseerd is en er bovenal prachtig uitziet. Als man zou ik het ook wel hebben geweten….


Maar ze is het leren kennen wel waard. Geef haar een kans, het voordeel van de twijfel ten minste. Ze deelt graag al haar prachtige kwaliteiten met jou, je kunt een hoop van haar leren. Zie een relatie met Lisa als een diepte-investering. 

 

Misschien wordt Lisa ook jouw allerbeste vriendin…




13 Februari 2014


De zondagochtend, het regent buiten en er staat een harde noordwesten wind. Maar jij (ik prijs mezelf dan altijd gelukkig), bent binnen. Een bekertje koffie in de hand en je zit op een bank waar je als kind overheen rende tijdens het apenkooien. Naast je zitten hockeyvader- en hockeymoedervrienden. De geur van sportsok, rubber en de koffie, het is moeilijk deze geur goed te omschrijven, hij is zo specifiek. We zijn in de sporthal. Links en rechts zijn er bankjes gevuld met de ouders van de kinderen die spelen in de tegenpartij (persoonlijk vind ik dat een woord met een negatieve klank), ook hockeyvader- en hockeymoedervrienden,  met koffie in de hand, zittend op een apenkooibank. Ieder team levert een scheidsrechter voor de wedstrijd en het thuisspelend team zorgt voor de wedstrijdleiders. De meiden (maar je mag er ook ‘jongens’ voor in de plaats lezen), hebben er zin in. Nog even vormen de te spelen teams een cirkel waarbij ze elkaar een arm om de schouders slaan en vervolgens komt de yell, waarmee de teamspirit wordt bezegeld. Tot zover klinkt het allemaal geweldig, vredelievend zelfs. Iets om iedere week naar uit te kijken…..


Dat doe ik dan ook! Toch zou ik mij kunnen voorstellen dat er een aantal mensen zijn die, met iets minder enthousiasme, over de sport van hun kind praten. Ik doel nu op de ouders die geheel vrijwillig zich inzetten om het sporten van hun kind en andermans kinderen, mogelijk  te maken, bijvoorbeeld in de vorm van scheidsrechter. Er hebben zich nu een aantal situaties voorgedaan waarbij ik als scheidsrechter huilend van het veld was gerend. U begrijpt, ik heb geen scheidsrechtersdiploma. Daar ben ik dan ook erg blij om, dat ik niet in een spontaan enthousiaste bui heb besloten om scheidsrechter te worden, wederom onder het mom; ‘je doet tenslotte alles voor je kind’. Als ik nu zie wat bijvoorbeeld een scheidsrechter moet incasseren, dan vraag ik mij af: ‘wat iemand bezield om alles te doen voor zijn of haar kind’, er zijn grenzen. Misschien wordt het tijd, om samen de grenzen weer in positieve richting te verleggen. 


 

Zou dat scheidsrechtersdiploma er dan toch nog gaan komen…?



16 Januari 2014


Mijn dochter heeft vandaag haar eerste wedstrijd in de zaal mogen spelen. Haar moeder heeft haar eerste wedstrijd binnen mogen toeschouwen. Doordat ik zaterdagmiddag niet meer mijn mail had gecheckt, stonden wij een half uur te vroeg bij de Hoefslag. Nadat wij zowel het personeel van de hoefslag als beide teams in de sporthal hadden ontvangen, kon het ‘hockeyfeest’ na enige vrije weekenden weer beginnen. 


Voor beide bleek dit hard werken. Het spel gaat veel sneller dus er wordt op conditioneel maar ook op hockeytechnisch gebied, veel gevraagd van de hockeydochter maar onderschat mijn nieuwe ‘hockeymoederrol’ niet.  Wat een hoop nieuwe regels, dus het coachen in de rol van toeschouwer vraagt een totaal nieuwe vocabulaire, woorden zoals bijvoorbeeld ‘zijbalken’, ….. Oké, dat was het enige nieuwe woord waar ik op kan komen, maar toch, het is er één. Dan de ‘zaalregels’, er zijn best een aantal verschillen ten opzichte van het buitenspelen. Stick laag boven de grond, alleen schuifslag, bal moet langs de grond verplaatst worden, behalve bij push op doel, bij stoppen mag de bal niet opspringen, de bal in de lucht mag niet worden gespeeld en zo zal ik er nog wel een aantal gemist hebben. We gaan deze regels ons gefaseerd eigen maken, dat werkt het beste op de lange termijn bij mijn brein, leert de 40 jaar ervaring. Het vraagt alleen wel om tijdelijk iets minder ongecontroleerd enthousiasme langs de lijn. Niet zo maar iets roepen want je hebt jezelf zo in de lachwekkende kijker gespeeld. Het publiek wat jij op dat moment vermaakt is ook groter. 


Buiten heb je nog de weerstand van wind en andere teams die gelijktijdig spelen en voor wat decibel sportgeluid zorgen, maar in de zaal ben je voor iedereen goed hoorbaar. 

 

Opletten geblazen dus en aangezien de spreuk; ‘al doende leert men’ ooit op mijn profiel is bedacht, hoef ik de situatie van deze ochtend, niet verder te schetsen, gewoon een vermakelijk begin van de zondag. 



28 November 2013


Joehoe, het is weer zover, we gaan de zaal in! Jubelend van vreugde, schrijf ik deze column. Waarom? 


Ik heb het koud, zowel binnen als buiten, maar binnen toch net iets minder. Wat mij betreft begint het ‘binnen-hockeyseizoen’ net te laat, maar ik ben dan ook een pieper, dat moge duidelijk zijn. Vanaf september ben ik, met een beetje wind, regen of simpelweg geen zon, het liefst te vinden bij de verwarming. 

Met 18 graden Celsius, sta ik met winterjas en Uggs aan, blauwbekkend langs de lijn. Dus nu je voor acht uur ’s ochtends niet kunt vertrekken zonder de autoruit te moeten krabben is het hoogtijd dat het indoorseizoen begint. De kinderen daarentegen,  maakt het niet zoveel uit, buiten of binnen hockeyen. 


Terwijl ze de afgelopen periode flink op de proef gesteld  zijn. Menig keer zijn ze drijfnat thuisgekomen na een training of wedstrijd. Ik zou allang de pijp aan Maarten hebben gegeven, maar de kids gaan met slecht weer, met een heel klein beetje minder plezier naar de hockey en dan blijft er nog voldoende plezier over. Mijn dochter vindt zelfs een beetje miezert, het beste hockeyweer. Vol onbegrip kijk ik haar dan aan en zie dat  de genen van haar vader de kop weer opsteken. Of zou hockeyen een echte bikkel van je maken….? 


 

Hoe dan ook, we gaan naar binnen,  hoera! Met vreugde zwaai ik naar buiten en roep; ‘tot in de lente!’.



7 November 2013


Iedere week is er weer de confrontatie met mijn onvermogen tot het fatsoenlijk wegwerken van de was. Mijn relatie met de hockeykleding is ronduit slecht te noemen.  Ze zeggen, ‘een kind kan de was doen’, maar waar dat vandaan komt….  De teamgenootjes van mijn kinderen rennen rond in een duidelijk zichtbaar ‘groen’ en ‘wit’ shirt. Bij mijn kinderen is het contrast in  de ‘Alcatraz’ –strepen niet meer zo goed zichtbaar.  En het logo van de ABN staat sinds vorige week op mijn strijkijzer. 


Dan de sokken, in no time weet ik het draagcomfort te veranderen in pure draagwanhoop. Ze hebben allemaal van die keiharde teenstukjes, waar de kinderen driemaal per week over klagen. Maar ze mogen niet zeuren, bij een volwaardige Spartaanse opvoeding zouden ze op blote voeten moeten lopen. 


Een grandioze oplossing zou zijn, wanneer mijn hockeykinderen, net als mijn voetbalkind, een wasmoeder/vader zouden krijgen? (Lees ‘oproep’ voor voorgaande zin).  De wasmoeder van het voetbalteam van mijn zoon vertelde dat zij een sportprogramma op haar wasmachine heeft. 


Pfff, die zin was een pak van mijn hart, mijn wasonkunde bleek niet langer alleen mijn onvermogen. 


Omdat ik niet netjes op tijd een nieuw hockeyshirt heb besteld, mogen mijn kinderen nog even in het ‘oude’ shirt rondzweten. Ze passen de oude shirts nog prima, maar de kinderen zien er graag net zo uit als hun teamgenootjes. Dus heb ik over mijn moederhart gestreken en doe ik ook mee met de massale aankoop van het nieuwe shirt. Toen we de shirts gingen bestellen hebben we direct nieuwe hockeysokken gekocht. De sokken mochten niet gewassen worden van mijn kinderen. Maar wat wil nou het toeval, op het moment dat de sokken toch echt de trommel in moesten, kreeg ik de machine niet meer aan de praat (lees deze zin enthousiast). Na 12 jaar trouwe dienst, hij heeft tenslotte wel zijn best gedaan, nemen wij afscheid van deze trouwe makker en zal er  zeker worden geïnvesteerd in een wasmachine met sportprogramma. 


 


10 Oktober 2013


 

Het hockeyseizoen is weer in volle gang. De trainingstijden zitten eindelijk in mijn hoofd geprent. De hockeykleding maakt weer onderdeel uit van de wekelijkse was en strijk. Op het aanrecht, staat geregeld vlak voor een wedstrijd, een bakje met warm water klaar, waar een bitje in rondzwemt. Dit gebeurt voor het ene kind wanneer het zijn bitje weer eens kwijt is en voor het andere kind omdat zij, dankzij een beugel, bijna iedere week opnieuw wil happen. De sportwedstrijden vullen onze zaterdagen en daar proberen wij ons vrijdagavond, op een verstandige manier, op voor te bereiden, met nadruk op ‘proberen’. Dit zou dan moeten gebeuren in de vorm van: gezond eten, de kinderen op tijd naar bed, alle sportspullen klaarleggen en nog even de overvol geplande zaterdag samen doorlopen. 


Na veel stress op de zaterdagochtend, splitst ons gezin zich op en wordt verdeelt over de provincie Zuid-Holland. In de auto volgt altijd de vragenriedel; ‘heb je jouw bitje en hockeystick bij je?’, dat wij die vraag keer op keer pas in de auto stellen, getuigt van een zwakke begaafdheid. Dan komt vaak de wedervraag en die vind ik persoonlijk altijd spannend, ‘mam, moesten ‘wij’ deze keer het fruit verzorgen?’. Bij aankomst op de vereniging staan de andere ouders steevast klaar voor vertrek. Wij hebben het wederom net gered en de auto wordt gevuld met groen-wit-gestreepte jongens of meiden. De autoradio voert vanaf dat moment niet langer de boventoon en met een beetje geluk, lukt het met de andere supportouder te communiceren. 


Onderweg naar de club van de tegenpartij verandert mijn rol van moeder, rijmoeder, naar supporter(moeder). Nu staat ‘moeder’ tussen haakjes want in deze rol zien de kinderen mij niet altijd graag als hun moeder. Na een (zenuwslopende) wedstrijd, gaan we bijna altijd met winst op zak  richting huis. Sport beoefenen is goed voor je,  maar is er wel eens onderzocht wat de consequenties zijn op het menselijk gestel van een sportwedstrijd bekijken? Wat het antwoord ook mag zijn, ons hele gezin; sporters en toeschouwers, kijken weer uit naar de volgende vrijdagavond. We kunnen dan nog een keer proberen, er alles aan te doen, om de volgende dag goed beslagen ten hockeyveld te komen.  


 


12 September 2013


 

En dan word je gevraagd of je zin hebt om maandelijks een column te schrijven voor het hockeyblad. Op die vraag had ik direct mijn antwoord klaar; NEE, daar ben ik niet de geschikte kandidate voor. 


Want ik heb nooit gehockeyd en dus mis ik elke vorm van technische terminologie waarin een hockeyspeler zich kan vinden.  Dat maakt niets uit, die kennis is echt niet nodig,  werd mij beloofd. Hmmm, de gemiddelde hockeyspeler is schijnbaar niet zo kritisch, dat zit dan in ieder geval niet tegen (houd jullie hier ook aan hè!). 


Volgend argument om mijn ‘NEE’ te versterken, ik ben niet op de hoogte van alle ‘ins and outs’ op de vereniging, dus waar moet ik over schrijven? Ook daarin  zou ik helemaal vrij zijn. Al zou het wel leuk wezen, wanneer het een ietsepietsie  klein beetje ‘hockeyrelevant’ zou kunnen zijn.  


Het was mij duidelijk. Ik ben een stukje opvulling van het hockeyblad. Alles mag, niets moet, als het maar vult. Dat zou je eer te na moeten zijn, een beetje zelfrespecterend mens zou zeggen, ‘bedankt en tot ziens’. 


Maar ‘zelfrespect’ is mij een geheel onbekend fenomeen. Beste hockey-moeder-vader-speler dan wel -psycholoog, voel je niet direct geroepen om mij te benaderen voor een consult, maar over een half jaar is prima op tijd. 


Ik ga dus een maandelijkse column schrijven, met als thema ‘hockey’ en alles, maar dan ook ècht alles, daaromheen. En waarom dan toch wel, omdat ik in hart en nieren een echte hockeymoeder ben. Als ik mijn jeugd overnieuw mocht doen dan geen tutu, maar een hockeyrokje. Zo’n stoere hockeystickklem op mijn fiets, mijn eigen glitter hockeybal en een hard roze hockeybitje. Helaas, daar kan ik niet op terugkijken, maar ik kan wel iedere week uitkijken naar het moment dat mijn kids weer het veld op mogen. Groen-wit, het staat ze prachtig. Die kleine pootjes in een nog te grote hockeybroek, schitterend. Gezellig met de andere vaders en moeders aan de kant. De serieuze drang tot het overnemen van het coachschap of spelersplek tijdens de wedstrijd. Dat alles bij elkaar, maakt mij een grote RAPIDFAN en dus schrijf ik voor het Rapidblad een stukje opvulling. Ik voel mij vereerd.